Joe Lynn Turner

New Jersey! Deze staat heeft al verscheidene grote muzikale, van oorsprong Italiaanse, vedetten in de muziek naar voren gebracht: Frank Sinatra, Bruce Springsteen, Jon Bon Jovi, Jack Ponti… en Joe Lynn Turner, geboren als Joe Linquito.

 

 

Turner onderscheidt zich snel door een tenor-stem in Fandango, een eerlijke B-serie uit de VS tussen verchroomde FM-rock en brave pop. Zijn de jaren 70 nog die jaren om te leren, accepteert Joe Lynn in 1980 een aanbod, dat hij niet kán weigeren: die van ongenaakbare Ritchie Blackmore, autocratische leider van Rainbow, de commerciële en onweerstaanbare Rainbow van de jaren tachtig. Er worden drie albums van zeer hoge kwaliteit uitgebracht en talloze hits dragen bij aan de glorie van een gevoelige en bijzonder begaafde zanger.

 

 

Velen herinneren zich “I Surrender”, “Spotlight Kid”, “Stone Cold” of anders “Street of Dreams”. Wanneer Blackmore besluit de Mark II van het oude Purple opnieuw te activeren, draait Joe Lynn solo en scoort hij een beslissende slag met een van de 7 wonderen van de wereld van AOR: het onmetelijke “Rescue You” uit 1985! Kaviaar die hij deelt met Amerikaanse rock FM-formaten zoals Bobby Messano, Chuck Burgi of Al Greenwood.

 

Nog niet moe van de rockpersonages, breidt Turner zijn CV uit met Rising Force van Yngwie Malmsteen en dan nog kan hij geen nee zeggen tegen een van de meest prestigieuze posities binnen de legende Deep Purple in 1989 en 1990 waarbij hij schaamteloos in de schoenen glijdt van de grote Ian Gillan. Er zullen nog steeds soloalbums uitkomen, projecten zonder teveel morgen en een explosieve samenwerking met Mr. Glenn Hughes.

 

Met een filigraan die honderd keer verdiend is: die van rocklegende. Niet meer en niet minder …

Prophet

Indien de bovenklasse-bands (met de nodige subjectieve noot) met velen waren in de magische seventies, zo werd er zachtjes komaf gemaakt met de opkomst van radicalisme en hybride muzikale mengelingen in het eighties hardrock universum. Het slagen van grote bands, zoals Kansas, Styx, Boston of New England, bleek erg gevaarlijk.

 

Het zegt héél veel over het prestatieniveau van Prophet, New Jersey’s sprankelende kwintet (Soprano bolwerk), pomp rock-experts in de Dallas-jaren, die zijn definitieve filosofie in 1988 opruimt met het enorme “Cycle of the Moon”, een van ’s werelds zeven pomp rock-wonderen aller tijden.

 

Rond de twee oprichters Ken Dubman op gitaar en Scott Metaxas op bas, maar ook Russell Arcara, hun ongelooflijke zanger van “Cycle of the Moon”, en enkele goede Italianen (we zijn in New Jersey!), zal deze Amerikaanse band het goede voorspellen: hoogwaardige melodieën, subtiele muzikale arrangementen en een wetenschap die alleen bij de besten hoort.

Shakin’ Street

Vrije vrouw, die zó goed de geest van de seventies belichaamd, electric Esmeralda met een groet hart, prinses van de woestijn met een gloeiend charisma, profiteert Fabienne Shine, de vurige muze der groten, van haar ongelooflijke connecties (waaronder Jimmy Page) om in de grote wereld van rock-‘n-roll te springen.

 

Shakin’ Street heeft meteen een zeker iets, en is getalenteerd. Bertignac en Marienneau zijn er meteen bij, nog voor de telefoon overgaat. Eric Levy, medeoprichter van de groep en pre-Era, is er ook bij. We zijn 1977, Mont-De-Marsan (het enige punk festival made in France), daarna knalt in 1978 het Vampire Rock in het gezicht…

 

Maar het is Ross the Bos , harde en altijd passende rocker, die het laatste woord zal hebben in het zeer overtuigende “Solid As A Rock” in 1980. Sandy Pearlman’s management (Blue Öyster Cult mentor) is niet in staat om een bepalende impact te maken, ondanks de steun van Black Sabbath, Journey, Cheap Trick en BÖC als support acts.

 

In een wankele balans tussen twee verschillende culturen, kan Fabienne haar nukkige rock-‘n-roll overslaan tussen traditionele Hardrock, en gestileerde punk, noch in haar geboorteland, noch in de verre contreien van de nieuwe wereld. Anyway, zij is terug, met vurige en onvergankelijke glorie, af en toe, passend bij haar humeur met haar eeuwige leidmotief “No compromise”.

 

Full respect !!!

Steelover

Een band uit Luik met een sterke transalpinistische neiging. Steelover profiteerde van de goede reputatie van Rudy Lenners, als drummer van de Scorpions, om een goede plaats af te dwingen in de hardrock scene, die wisselde tussen speed metal en medolic hardrock in het midden van de jaren tachtig.

 

Dankzij Vince Cardillo, een uitzonderlijke “cantadore” met een grote reikwijdte, heeft Steelover slim gekozen voor de laatste optie, de melodische keuze. Hun album uit 1984, “Glove Me”, brengt kleurrijke muziek, met een scherp randje, rechtdoorzee.

 

Na een zeer lange pauze reactiveerde Steelover de bestaande bezetting, echter zonder Rudy, die besloten had, zijn drumsticks aan de wilgen te hangen. (denk aan de hommage voor de eerste Golden Age Rock editie),

 

Steelover, ondersteund door 2 leden van de oude garde Pat Fréson en Nick Gardi, zullen de tweede editie openen. Met zijn solide gouden fetisjistisch zanger (Vince), alsook een stevige portie jeugdigheid.

Ocean

De missing link tussen The Variations (een Franse versie van Aerosmith, Led Zep met sinistere looks en katers) en Trust (ongekroonde monarch van de all times blue white red hardrock), markeert Océan zijn territorium met “God’s Clown” in 1977, of een interessante fusie tussen een Led Zeppelin ros, en een angstige King Crimson.

 

Océan zal de rol belichamen van de voorloper/grote broer van de gekmakende, harde scene in de hexagoon (ander woord voor Frankrijk) van de jaren tachtig die wordt beschoten door Warning, Blasphemy, H Bomb, Attentat Rock, Sortilège, Satan Jokers of Vulcan.

 

Als Robert Belmonte, de mooie schreeuwlelijk van het grote tijdperk, zijn werk vanuit de hemel zal beschouwen, zal Georges Bodossian, elite riffer, droog en recht door de geschiedenis kloppen, kwestie van ons de cruciale rol van deze Océan op de exo planeet van de zware Franse decibellen te doen begrijpen.

Michel Leclercq’s After The Waiting

Michel Leclercq’s After The Waiting. Alweer een regionale muzikant! Michel Leclercq was natuurlijk de gitarist van Danger, een van de eerste en beste hardrockbands uit het begin van de jaren 80.

 

De muzikanten van Danger hadden een Britse muzikale opleiding, wat ook wel als Amerikaanse FM sound kon klinken, en had om drie belangrijke redenen niet de zichtbaarheid gehad, die het verdiende: een corrupt platenlabel, een leadzanger waar driftig naar werd gezocht, alsook een gebrek aan een echt management (een typisch Luikse ziekte).

 

Wanneer Danger zijn plaats moet opgeven aan FN Guns, Shyness en Steelover, in de schaduw van de molens van Luik, focust onze vriend Michel, eeuwige Jeff Beck, Peter Green, Robben Ford fan, zich opnieuw op een carrière als blues-man, met enkele welgekozen projecten.

 

Na vele lange jaren, is zijn solo-album eindelijk uitgekomen: “After the Waiting” staat als en bluesy rock-snoepje, met een west coast suikerlaagje.

 

Deze gesofisticeerde en goed geïnspireerde muzikant zal jullie zijn eigen plezier laten zien op het GARF, samen met enkele special guests.

Alcatrazz

Met de toevoeging van Alcatrazz zal dit een evasie van gedachten worden op deze dag, die is gericht op melodieuze hardrock en pomp rock.

 

Een groep: een man. Of meer nog, één centrale figuur: Graham Bonnet! Zanger van de Marbles in de jaren 60, Ritchie Blackmore was een fan. Onze beste Graham, met de look van een playboy / vakantieganger maakt deel uit van de 79 line-up van Rainbow van de ondeugende Ritchie voor een Down To Earth met een smerige grote mond! Het klikt gewoon. Graham wordt alles wat de baas had en meer nog, met zijn nieuwe project Alcatrazz, versleet hij een enorme hoeveelheid gitaristen (Yngwie Malmsteen, Steve Vaï, Danny Johnson, …) tussen slechterik en trouwe volgeling van Stalin, maar deze Alcatrazz is zo aantrekkelijk en heeft de gave van de gab.

 

Het is extreem efficiënte hardrock tussen pracht en verchroomde hardrock gemaakt door toonaangevende muzikantenautoriteiten zoals Jimmy Waldo en Gary Shea (ja, uit New England!). Graham Bonnet haalde onlangs zijn speeltje uit de formaline om te herrijzen als een feniks met Joe Stump (een gitaar-genie van Boston’s Berklee College) en die goede vrienden van New Engeland, Jimmy Waldo & Gary Shea, die onlangs lid zijn geworden.

 

Nog steeds te dronken om te leven?

New England

De grote verrassing heeft een naam : New England !!! Van oorsprong uit Boston (dé stad en het uithangbord van New England (VS)), kan New England worden gezien als een van de grootste verspillingen in de geschiedenis van de Amerikaanse rock.

 

Veertig jaar geleden was hun eerste gelijknamige opus aan de top, met gemillimeterde orkestraties, stemmen, die ijsbergen deed smelt en met een muzikaliteit, die zelfs Bach jaloers zou maken. « Don’t Ever Wanna Lose Ya » « klopte aan de deur van de Billboard Top 30. New England was gek op Queen, Journey, Foreigner…  en die hen hun eerste grijze haren bezorgden. Sommige overmatig opgeblazen ego’s en sommige onstuimige platenmaatschappijen zorgden ervoor dat deze handige associatie onder leiding van John Fannon van de rails ging.

 

Sporadisch terug, maar altijd in een staat van genade op de voorgrond, viert het kwartet zijn allereerste Europese bezoek op een geweldige manier en viert hij ook de verjaardag van zijn onsterfelijke meesterwerk eerste album met een originele line-up (Fannon-Waldo-Gardner-Shea).

 

New England, we moeten dit in gedachten houden, dit is Boston tot op het bot, minder siroop, meer in de ban van de duisternis.